Een volle agenda betekent niet automatisch dat u aan het urencriterium voldoet. Voor de inkomstenbelasting gaat het om aantoonbare tijd die u werkelijk aan uw onderneming besteedt, en soms telt ook mee hoeveel tijd u aan ander werk besteedt. Het criterium kan gevolgen hebben voor bepaalde ondernemersaftrekken, maar maakt u op zichzelf niet tot ondernemer voor de inkomstenbelasting.
Hier leest u welke toets u voor 2026 toepast, hoe de startersuitzondering werkt en waarom een latere start het vereiste aantal uren niet verlaagt. Ook staat er hoe u uw uren onderbouwt voordat u uw aangifte invult.
Welke voorwaarden gelden voor het urencriterium in 2026?
Het urencriterium is een fiscale toets voor bepaalde ondernemersaftrekken in de inkomstenbelasting. U moet eerst ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting; alleen ingeschreven staan als zzp’er is daarvoor niet automatisch genoeg. Voor het kalenderjaar moet u in beginsel minimaal 1.225 uur aan uw onderneming besteden. Daarnaast geldt doorgaans dat u meer tijd aan uw onderneming besteedt dan aan andere werkzaamheden, zoals een baan in loondienst. De Belastingdienstvoorwaarden voor het urencriterium beschrijven deze twee toetsen en de uitzonderingen.
De grens betreft de uren die u aan uw onderneming besteedt, niet alleen declarabele uren. Opdrachten uitvoeren is een duidelijk voorbeeld, maar ook zakelijke administratie, offertes opstellen en uw bedrijfswebsite onderhouden kunnen meetellen. De Kamer van Koophandel noemt daarnaast klanten werven, zakelijke reistijd en voorbereidingswerkzaamheden zoals marktonderzoek of een ondernemingsplan. Uren waarop u alleen beschikbaar of bereikbaar bent, zonder daadwerkelijk werk te verrichten, tellen niet mee.
Het urencriterium is iets anders dan de beoordeling of u ondernemer bent voor de inkomstenbelasting. Het halen van de urengrens geeft dus niet vanzelf recht op iedere ondernemersregeling. Andersom kan een ondernemer voor de inkomstenbelasting zijn zonder aan de urengrens te voldoen. Dat onderscheid is van belang voordat u een aftrekpost in uw aangifte verwerkt.
Wat verandert er voor starters en parttime zzp’ers?
De startersuitzondering gaat over de tweede toets, niet over de grens van 1.225 uur. Was u in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer, dan hoeft u niet ook aan te tonen dat u meer tijd aan uw onderneming besteedt dan aan ander werk. U moet nog steeds de volledige 1.225 uur aan uw onderneming besteden. Dit kan relevant zijn wanneer u uw bedrijf combineert met loondienst, maar het maakt een beperkt aantal ondernemingsuren niet voldoende.
Voor een gevestigde parttime ondernemer kan de vergelijking met ander werk doorslaggevend zijn. Besteedt u bijvoorbeeld veel uren in loondienst, dan kunt u de 1.225 uur halen en toch niet voldoen aan de eis dat de onderneming de meeste werktijd vraagt. Beoordeel daarom beide voorwaarden afzonderlijk: eerst het aantal ondernemingsuren en daarna, indien van toepassing, de verhouding tot uw andere werk. De KVK licht toe dat de uitzondering afhangt van ondernemerschap in de voorafgaande jaren.
Het fiscale voordeel volgt niet uitsluitend uit het aantal uren. Informatie van de KVK over 2026 vermeldt een zelfstandigenaftrek van € 1.200 en een startersaftrek van € 2.123, waarbij voor deze aftrekken ook aan de andere voorwaarden moet zijn voldaan. Deze bedragen veranderen per belastingjaar en betekenen niet dat uw belasting met hetzelfde bedrag daalt: het gaat om bedragen die onder voorwaarden op de winst in mindering komen. Controleer de toepassing in uw aangifte over het juiste jaar en bespreek twijfel met uw boekhouder.
Waarom wordt de urengrens niet naar rato verlaagd?
De norm geldt per kalenderjaar. Begint u bijvoorbeeld op 1 juli, dan wordt 1.225 uur niet gehalveerd omdat u maar een deel van het jaar ondernemer was. De Belastingdienst vermeldt expliciet dat u de urengrens niet mag herrekenen naar de periode waarin u ondernemer was. Een late start kan het daardoor lastiger maken om het criterium te halen, maar levert geen lagere norm op.
Dat is iets anders dan de startersuitzondering. Die kan de eis over de verhouding tussen ondernemingsuren en andere werkzaamheden laten vervallen, maar geeft geen proratering en verandert de gewone urengrens niet. Beoordeel dus niet alleen hoeveel maanden u actief was: tel de werkelijk gewerkte ondernemingsuren over het hele kalenderjaar bij elkaar op.
Wanneer geldt het verlaagde urencriterium bij arbeidsongeschiktheid?
De grens van 800 uur is niet bedoeld voor alle zzp’ers die minder kunnen werken, en is geen algemene vervanging van het urencriterium. De Belastingdienst koppelt het verlaagde urencriterium aan de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Wie daarvoor in aanmerking wil komen, moet aan de specifieke voorwaarden van die aftrek voldoen. Het enkele feit dat u arbeidsongeschikt bent of minder dan 1.225 uur kunt werken, bewijst niet dat u recht hebt op deze regeling.
Controleer daarom afzonderlijk of u aan de voorwaarden voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid voldoet en welke gegevens voor uw belastingjaar gelden. Verwar deze regeling ook niet met de gewone startersaftrek: het gaat om een aparte regeling met eigen voorwaarden. De officiële uitleg over het verlaagde criterium noemt 800 uur en verwijst naar deze specifieke aftrek.
Een andere situatie is zwangerschap. De Belastingdienst vermeldt dat niet-gewerkte uren door een onderbreking van het ondernemerswerk wegens zwangerschap voor in totaal 16 weken toch kunnen meetellen. Dit is een specifieke uitzondering; behandel de uren niet als een algemene verlofregeling voor andere redenen van afwezigheid.
Hoe houdt u uw uren en bewijs bij?
Begin met een registratie waarin per dag of activiteit staat wat u voor de onderneming deed en hoeveel tijd dat kostte. Splits bijvoorbeeld klantwerk, administratie, offertes, zakelijke reizen en acquisitie van elkaar. Noteer de tijd op een manier die aansluit bij uw agenda, afspraken, facturen en projectgegevens. Een globale schatting achteraf is moeilijker te onderbouwen dan een registratie die u gedurende het jaar bijwerkt.
Bewaar documenten die de werkzaamheden ondersteunen, zoals agenda-afspraken, verzonden offertes, facturen en urenbriefjes. De Belastingdienst zegt dat u de hoeveelheid ondernemingsuren aannemelijk moet kunnen maken en noemt deze soorten bewijs als voorbeelden. Het gaat er niet alleen om dat een spreadsheet een totaal toont: de omschrijving en bijbehorende stukken moeten het aannemelijk maken dat de activiteiten werkelijk voor uw onderneming zijn verricht.
Houd ook een realiteitscontrole aan. Als uw geregistreerde ondernemingsuren sterk afwijken van uw agenda, opdrachten of omzet, onderzoek dan waar het verschil vandaan komt. Dat bewijst op zichzelf niet dat uw registratie onjuist is, maar het is een goede aanleiding om uw administratie te controleren. Bewaar uw urenoverzicht samen met de overige stukken die uw werkzaamheden ondersteunen.
Voor het invullen van uw aangifte kunt u de criteria naast uw belastingjaar en ondernemingssituatie leggen. De belastingaangifte stap voor stap controleren helpt om relevante gegevens en aftrekposten systematisch na te lopen. Voor het bredere financiële overzicht vindt u ook onderwerpen over financiën en investeringen bij elkaar.
Welke controle voert u uit voordat u aangifte doet?
Loop uw registratie langs in een vaste volgorde. Tel eerst alleen de uren mee waarin u daadwerkelijk aan de onderneming werkte. Controleer daarna of de optelsom de 1.225 uur haalt, tenzij u beoordeelt of het verlaagde criterium voor de specifieke startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid van toepassing kan zijn. Kijk vervolgens of de eis over meer tijd aan de onderneming dan aan ander werk geldt, of dat de startersuitzondering van toepassing is. Pas daarna beoordeelt u of de aftrekpost waarvoor u de toets gebruikt ook aan de overige voorwaarden voldoet.
Controleer ten slotte of de uren aannemelijk zijn met uw agenda, offertes, facturen en andere zakelijke gegevens. Noteer eventuele onderbrekingen en de reden daarvan, vooral als u een specifieke uitzondering wilt toepassen. De regels bepalen wie voor een urentoets in aanmerking kan komen; uw persoonlijke fiscale uitkomst hangt daarnaast af van uw ondernemerschap, winst en de voorwaarden van de betrokken aftrek. Bij twijfel over die toepassing is advies van een boekhouder of belastingadviseur verstandig.
Veelgestelde vragen
Gelden de 1.225 uur ook als ik halverwege 2026 start?
Ja. Het urencriterium wordt per kalenderjaar beoordeeld. Ook als u gedurende het jaar begint of stopt, geldt de volledige grens van 1.225 uur; u verlaagt die niet naar rato van het aantal maanden dat u ondernemer was. Houd daarom vanaf uw voorbereidingen bij hoeveel tijd u werkelijk aan uw onderneming besteedt en bewaar bewijsstukken.
Tellen uren voor administratie en offertes mee?
Ja, als u die werkzaamheden daadwerkelijk voor uw onderneming uitvoert. Naast opdrachten kunnen bijvoorbeeld administratie, offertes en het bouwen van een zakelijke website meetellen. Alleen bereikbaar zijn zonder werkzaamheden te verrichten telt niet mee. Leg per activiteit vast wat u deed en wanneer, zodat uw overzicht controleerbaar blijft.
Moet een starter meer tijd aan de onderneming besteden dan aan loondienst?
Niet altijd. Was u in ten minste één van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer, dan geldt de eis dat u meer tijd aan uw onderneming besteedt dan aan andere werkzaamheden niet. De afzonderlijke grens van 1.225 uur blijft wel gelden. De startersuitzondering verlaagt dus niet het aantal vereiste ondernemingsuren.
Betekent 800 uur dat iedere zzp’er aan het urencriterium voldoet?
Nee. De grens van 800 uur hoort bij het verlaagde urencriterium voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Het is geen algemene vervanging van de gewone grens van 1.225 uur. Ook moet u aan de overige voorwaarden voor die specifieke aftrek voldoen. Controleer uw situatie daarom bij de Belastingdienst of met uw boekhouder.
